Inloggen
InloggenWachtwoord vergeten?
Nieuws
Geen werktuigenvrijstelling voor zonnepanelen en stalen onderstel op zonnepark; wel landbouwvrijstelling voor ondergrond
Rechtbank Gelderland, 28 juni 2016, nr. 15/5339, ECLI:NL:RBGEL:2016:3469
Samenvatting
X bestrijdt de WOZ-waarde van een zonnepark en de daaraan gerelateerde aanslagen OZB. Het zonnepark bestaat uit zonnepanelen die op stalen profielen liggen. De profielen zijn aan stalen, in de grond verankerde onderstellen bevestigd. De zonnepanelen, de profielen en het onderstel zijn met bouten en moeren gemonteerd en eenvoudig te demonteren. De door de zonnepanelen opgewekte stroom gaat via kabels en verzamelboxen naar een transformatorgebouw van waaruit de stroom via een energiekabel aan een nabijgelegen steenfabriek wordt geleverd. Het terrein van het zonnepark is omgeven door een manshoog hekwerk voorzien van prikkeldraad.  De rechtbank overweegt dat het zonnepark als geheel naar aard en inrichting bestemd is om duurzaam ter plaatse te blijven, welke bestemming ook naar buiten kenbaar is. Aan de bestemming om duurzaam ter plaatse te blijven doet niet af dat de zonnepanelen, de stalen profielen en het onderstel door eenvoudige demontage naar een andere locatie kunnen worden verplaatst. Evenmin doet hieraan af dat het zonnepark op gepachte grond is gerealiseerd. Dat is immers niet een fysiek aspect betreffende de aard en inrichting van het zonnepark dat naar buiten kenbaar is. Het zonnepark is terecht aangemerkt als onroerende zaak.  Wat de werktuigenvrijstelling betreft, overweegt de rechtbank dat deze niet van toepassing is op het zonnepark als geheel, reeds omdat die vrijstelling niet van toepassing is op de (onder)grond van het zonnepark. Bovendien vormen de zonnepanelen, de profielen, het onderstel, de bekabeling en verzamelboxen tezamen de zonnekrachtinstallatie. Die installatie is aan te merken als een op zichzelf gebouwd eigendom zodat de vrijstelling voor dat geheel niet geldt. Ook het transformatorhuisje heeft te gelden als een op zichzelf gebouwd eigendom. Bij de toetsing van de afzonderlijke onderdelen vindt de rechtbank dat de werktuigenvrijstelling niet van toepassing is op de zonnepanelen, omdat de zonnekrachtinstallatie haar herkenbaarheid verliest als de zonnepanelen worden verwijderd. Hetzelfde geldt voor de onderconstructie (de profielen en het onderstel). De verzamelboxen, de bekabeling van de zonnepanelen naar het transformatorhuisje en de zich daarin bevindende transformator delen wel in de werktuigenvrijstelling, omdat deze onderdelen geen op zichzelf gebouwde eigendommen vormen en bovendien niet noodzakelijk zijn voor de uiterlijke herkenbaarheid. De gemeente heeft deze onderdelen dan ook terecht buiten de waardering gelaten.  Voor de grond onder de zonnepanelen beroept X zich op de landbouwvrijstelling omdat die grond wordt beweid door koeien en schapen van een nabijgelegen bedrijfsmatig geëxploiteerd boerenbedrijf. Door de beweiding wordt volgens X tussen de € 10.000 en € 20.000 aan maaikosten bespaard. De rechtbank acht op basis van foto's en toelichtingen voldoende aannemelijk gemaakt dat de grond van het zonnepark aangemerkt moet worden als bedrijfsmatig geëxploiteerde cultuurgrond waarop de cultuurgrondvrijstelling betrekking heeft. Bij de waardering van het zonnepark dient derhalve de waarde van de grond, zowel de grond onder de zonnepanelen als de strook extra grond rond het zonnepark, buiten aanmerking te worden gelaten. Het zandpad op het terrein is van dusdanig geringe betekenis, dat het niet van de toepassing van de vrijstelling moet worden uitgezonderd.  Rekening houdende met het voorgaande en met datgene wat partijen over opbouw van de gecorrigeerde vervangingswaarde hebben aangevoerd, stelt de rechtbank de waarde in goede justitie vast.
Noot
De rechtbank zet helder uiteen waarom de werktuigenvrijstelling niet van toepassing is. De lijn sluit aan bij de lijn die de VNG in deze voorstaat.