Inloggen
InloggenWachtwoord vergeten?
Nieuws
Bezwaar professionele rechtsbijstandverlener bij verkeerd bestuursorgaan is misbruik van procesrecht
Hoge Raad, 12 juli 2019, nr. 18/05589, ECLI:NL:HR:2019:1185
Samenvatting
X ontvangt een naheffingsaanslag parkeerbelasting met op het duplicaat vermeld dat bezwaar schriftelijk kan worden ingediend, met daarbij de naam en het postadres van de Belastingsamenwerking waar bezwaar gemaakt kan worden.  X' gemachtigde vult binnen de bezwaartermijn een formulier in op de website van gemeente Utrecht met bezwaar tegen de naheffingsaanslag. Het klantcontactcentrum van gemeente Utrecht laat X een dag later weten dat gemeentebelastingen is overgegaan naar de Belastingsamenwerking en raadt hem aan daarmee contact op te nemen voor het bezwaarschrift.  X stuurt buiten de bezwaartermijn een bezwaarschrift aan de Belastingsamenwerking. Een week later heeft de heffingsambtenaar de ontvangst van dit bezwaarschrift bevestigd. Later wordt het niet-ontvankelijk verklaard wegens overschrijding van de bezwaartermijn en het ontbreken van gronden.  In hoger beroep was onder andere in geschil of het bezwaar tijdig is ingediend en in het bijzonder of sprake is van kennelijk onredelijk gebruik van procesrecht. Het Hof beslist dat de naheffingsaanslag een duidelijke en juiste rechtsmiddelverwijzing bevat en dat het de gemachtigde van X als professionele rechtsbijstandverlener daarmee moest weten bij wie hij bezwaar moest maken. Volgens het Hof wist gemachtigde dat hij het bezwaar indiende bij het verkeerde bestuursorgaan toen hij een webformulier voor 'een algemene vraag, opmerking, compliment, wens of idee' gebruikte. Gemachtigde had hiervoor geen aanvaardbare verklaring. Onder deze omstandigheden is er volgens het Hof sprake van kennelijk onredelijk gebruik van procesrecht als bedoeld in art. 6:15, lid 3, Awb, zodat het tijdstip van ontvangst door het bevoegde bestuursorgaan geldt als tijdstip van indiening. Het bezwaar is daarom terecht niet-ontvankelijk verklaard.  De Hoge Raad beslist dat deze uitspraak van het Hof geen blijk geeft van een onjuiste rechtsopvatting. De tegen dit oordeel gerichte klacht faalt daarom. De Hoge Raad verklaart het beroep in cassatie ongegrond.
Bijzonderheden
Deze uitspraak is het vervolg op Hof Arnhem-Leeuwarden 27-11-2018, 17/00884.
Noot
Zie ook deze uitspraak, op dezelfde dag uitgesproken met zelfde strekking:  Hoge Raad 12-07-2019, ECLI:NL:HR:2019:1193 (Beverwijk)  A-G IJzerman concludeerde eerder tot ongegrondverklaring van het beroep in cassatie:  Parket bij de Hoge Raad 29-05-2019, ECLI:NL:PHR:2019:701 (Conclusie). Met lezenswaardige bijlage over wanneer er sprake is van misbruik van procesrecht:  Parket bij de Hoge Raad 29-05-2019,  ECLI:NL:PHR:2019:702 (Bijlage bij conclusie)